Uncategorized

In het rijtje nautische uitvindingen is de vuurtoren geen kleine jongen, al is het maar omdat één exemplaar zelfs wordt aangemerkt als één van de zeven klassieke wereldwonderen. Dat is de Pharos van Alexandrië, genoemd naar het eilandje waarop de toren stond. Naar verluidt was het de eerste permanente vuurtoren, gebouwd in de derde eeuw voor Christus. Omdat hij misschien wel honderd meter hoog was, was het vuur vanaf tientallen mijlen te zien. Toren was de Pharos direct, maar vuurtoren pas na tweehonderd jaar, toen het overdag goed zichtbare witte bouwwerk ’s nachts werd voorzien van vuur. Het was een degelijke constructie, want hij heeft ruim vijftienhonderd jaar dienstgedaan, totdat de Pharos instortte door een aardbeving.
De naam vuurtoren mag letterlijk worden genomen. De eerste – tijdelijke – vuurtorens waren hopen steen, waarop een vuur werd gestookt om naderende schepen te leiden. (Niet altijd ten goede: het is bekend dat strandjutters bij slecht weer het vuur wel eens op verkeerde plaatsen aanstaken om zichzelf van een goede oogst te voorzien.) Later kwam er elektrisch licht, dankzij Michael Faraday en zijn ontdekking van het elektromagnetisme. Vrij snel daarna, op de Wereldtentoonstelling in 1851, toonde glasmaker James Chance zijn vuurtoreninnovatie: Fresnel lenzen rond een lamp. Die lenzen versterkten het licht enorm. Samen met zijn broer bedacht Chance later ook het idee om de verlichting een karakter mee te geven, zodat je verschillende signalen van elkaar kan onderscheiden. De gebroeders Chance hadden de overlevingskansen van zeegaanden zo aanzienlijk vergroot.

Dit is een tekstfragment uit het boek 100 Maritieme Uitvindingen – van Astronavigatie tot Zeemansgraf.

Eilandhoppen. Het klinkt mediterraan exotisch, avontuurlijk zelfs. Maar het kan gewoon in Nederland, en niet alleen op de Wadden. Het Grevelingenmeer afficheert zichzelf niet alleen als het grootste zoutwatermeer van Europa, maar is ook bijzonder vanwege de onbewoonde eilandjes die het herbergt. Op een aantal van die eilandjes mag je met je boot aanleggen. Dat vooruitzicht zette Katy Lips en Michiel van Straten aan tot een verkenning van deze eilanden en hun omgeving, vanuit hun Fugitive II, een Maxi 95.

Tekst: Michiel van Straten

Foto’s:

Flessenhals

Er is maar één toegangspoort tot het grootste zoutwatermeer van Europa, en dat is te merken ook. De Grevelingensluis is met ruim 50.000 passanten per jaar één van de drukste watersportsluizen van Nederland. Als wij er zijn is het hoogseizoen en mooi weer, dus zoals bij alle sluizen is hier dan ook de beste oplossing: aansluiten in de rij en geduldig afwachten tot we geschut worden. Ach, eenmaal in de sluis is er zelfs sprake van enige knusheid, met z’n allen opeengepakt. De stewards van Rijkswaterstaat delen hulp en een ‘Kaart voor de vaart!’ uit en verrichten zo op een gemoedelijke manier hun vaarpedagogisch werk.

Jong en oud

Ons doel is het zoeken van rust op de eilandjes. Maar aangezien we onder anderen drinkwater willen tanken en dat op de eilandjes niet verkrijgbaar is, gaan we direct bakboord uit en sturen de jachthaven van Bruinisse in.

Deze familiehaven voorziet in meer dan alleen drinkwater. Een klein buitenzwembadje biedt de nodige verkoeling. Daar zijn we, na het plegen van de gebruikelijke aanlegformaliteiten, hard aan toe, want het is een hete dag. Samen me onze kinderen Sam en Max koelen we lekker af. Ondertussen repareert de Yachtservice onze stukgetrokken spiboom – wel zo gemakkelijk dat zij op het haventerrein zitten. De Jachthaven Bruinisse is één van de zogenaamde samenwerkende ‘Seven Sisters’ jachthavens: wie hier overnacht krijgt korting in Herkingen Marina en Port Zélande, en vice versa.

Deze haven biedt talloze soorten van vermaak, deels in samenwerking met het aangrenzende vakantiepark Aqua Delta: midgetgolfbaan (18-holes golfbaan op loopafstand), overdekt zwembad, speelhal, bowlingbaan. Naast de haven biedt een klein zandstrandje met afgebakend zwemwater kans op verkoeling. De zeilschool heeft een uitgebreid aanbod zeilcursussen voor de jeugd. De jachthaven is overigens aan het uitbreiden, wat meer dan een verdubbeling van het aantal ligplaatsen zal betekenen. Het nieuwe deel ligt er verlaten bij, ondanks de stralende zon wil het er in dit stadium niet gezellig uitzien, omringd door kale grond en enkele bouwketen.

In Bruinisse gaan jong en oud in meerdere opzichten samen: niet alleen kunnen beide leeftijdsgroepen hier aan hun trekken komen, ook verenigt Bruinisse de oorspronkelijke vis- en mosselvangst met de moderne toerismesector. In de vissershaven liggen meerdere vissersschepen, en die liggen daar niet voor de sier. Het dorp zelf straalt onder al die activiteiten een serene rust uit. Daarvan is jaarlijks in het derde weekend in juli overigens even geen sprake meer, tijdens de feestelijke visserijdagen.

Op weg naar niets

Het avontuur, al is het maar in onze gedachten, lonkt. De term ‘onbewoond eiland’ roept vooral bij de kinderen verwachtingen van mysterie op, maar zelf zijn we toch ook nieuwsgierig hoe het daar is. We zetten daarom na Bruinisse koers naar het noordwesten. Dat kan ook nauwelijks anders, gezien de langgerekte vorm van het Grevelingenmeer. Wij zijn het IJsselmeer gewend als vaargebied en moeten daarom wel even wennen aan de beperktere manoeuvreerruimte. Het water langs de kust van Goeree-Overflakkee is veelal ondiep en deels verboden toegang, maar de bevaarbare delen en geulen zijn zeer goed bebakend. Wel maakt dat het vaarwater vrij smal. Desondanks vinden we nog de ruimte om langs de kust van Schouwen-Duiveland op te kruisen naar Stampersplaat. Een meeuw houdt ons gezelschap, zittend op de preekstoel.

We zijn eigenlijk op weg naar niets, want op Stampersplaat zijn geen voorzieningen, behalve een aanlegsteiger en een mobiel toilet dat dagelijks wordt vervangen door een schoon exemplaar. En dat ‘niets’ is precies wat ons zo aantrekt.

Stille grasmaaiers

Stampersplaat is werkelijk een ‘plaat’, zoals ook goed te zien is op de Hydrografische Kaart 1805: het omliggende water is ondiep. Vóór de afsluiting van de zeearm Grevelingen met de Brouwersdam in 1971 was dit één van de platen die alleen met eb droog kwamen te liggen. Nu is er geen getij meer en is Stampersplaat altijd toegankelijk.

Na de zeer duidelijke betonning gevolgd te hebben varen we een kommetje in, waarvan de wal bijna geheel voorzien is van een aanlegsteiger, met plek voor ongeveer 12 boten. Het water is rustig, want de noordwestenwind kan geen golfslag de kom in duwen, waarvan de opening immers aan de zuidkant ligt. We leggen onze Fugitive II vooraan op een leeg plekje.

We liggen vorstelijk. Aan de steiger, met niets om ons heen dan koel zwemwater, een eilandje waar niks te doen is en gelijkgestemden. Het koele zwemwater testen we als eerste uit. Omdat we door het kommetje afgeschermd worden van het omringende vaarwater, is zelfs dat heerlijk rustig. Alleen in- of wegvarende boten moeten even in de gaten gehouden worden. De sfeer is gemoedelijk.

Zelfs de grasmaaiers doen rustig hun werk op het eiland, merken we later tijdens een korte verkenning: het zijn Shetlandpony’s die hier grazend het gras kort houden. Van oorsprong eilandbewoners, dus die zullen zich hier ook wel thuis voelen.

Weer terug bij de boot maken we met behulp van enkele stenen en wat sprokkelhout een barbecue. Vlak naast onze boot, dus het picknicken is nog comfortabel ook. We sluiten de dag af met een kampvuur op een daarvoor geschikte kale plek, vlak bij het water. Om nou te zeggen dat we ons Robinson Crusoe voelen gaat wat te ver, maar het romantische gevoel dat deze plek en deze dag met zich mee brengt is onvergetelijk mooi.

Brouwershaven

Na drie dagen moeten we verkassen; langer mag je hier niet aaneengesloten liggen. Maar ook de roep om walstroom, douche, drinkwater en levensmiddelen nodigen uit om weer naar de vaste wal te gaan. Brouwershaven ligt vlakbij. Veel gevaren wordt er zo niet door ons, maar dat hebben we vanaf onze thuishaven Monnickendam hier naar toe al gedaan, dus we vinden het relaxte leventje best zo. De sluis die toegang geeft tot de haven staat meestal open, dus daar varen we zo doorheen.

’s Avonds op het marktplein in het dorp vinden we één van de monumentale oud-inwoners van Brouwershaven, Jacob Cats, omringd door een kermis. De versteende raadspensionaris en volksdichter uit onze Gouden Eeuw lijkt er geen moeite mee te hebben. We lopen door naar de overkant van het havenkanaal en bevinden ons daarmee in de oude haven. Restaurant ’t Swarte Schaep biedt ons een mooi uitzicht en goed eten.

Dwars in den Weg

Zo ongeveer direct na het verlaten van de sluis vaar je tegen het volgende eilandje op, als je niet uitkijkt. Vandaar ook de naam: Dwars in den Weg. Ook hier kan je aanleggen. Wij doen dat ook een nachtje. Langer niet, want hier lig je niet beschermd, maar gewoon aan de buitenkant van de plaat. Weliswaar aan de steiger, maar het open karakter van deze ligplaats komt op een vervelende manier tot uitdrukking wanneer er ’s avonds een flinke motorboot met (te) hoge snelheid langs komt varen: de hele verzameling boten gaat tekeer als op een zee met windkracht 3, met dat verschil dat we hier met zijn allen tegen elkaar aan liggen te klotsen. Sommige masten van de zij-aan-zij liggende zeilboten raken elkaar met een klap. Het duurt maar even, maar er valt niets tegen te doen, en het is wachten tot de volgende liefhebber van hard varen onze rust komt verstoren en mogelijk schade aanricht.

Deze gebeurtenis toont nog eens aan dat het niet alleen vanwege de privacy prettig is om schepen kop-aan-kont naast elkaar af te meren, maar dat dat ook voorkomt dat de masten tegen elkaar kletsen bij hevige golfslag.

Extremen bij elkaar

De door ons gezochte rust vinden we een eiland verderop, op het eilandje Ossehoek. Het ligt helemaal in het westen van de Grevelingen, vlak voor Marina Port Zélande. Ossehoek is grillig van vorm en biedt daarmee ruimte aan drie verschillende aanlegplaatsen. Zo kan je bij elke windrichting een lijkant kiezen.

Zodra we aangelegd hebben aan het laatste vrije plekje steiger, komt er een zeilboot onze kant op. Keurig vraagt de schipper of ze bij ons langszij mogen. Dat mag natuurlijk. Terwijl ze dichterbij schuifelen en wat staan te klungelen met nog in elkaar gedraaide landvasten vraag ik: ‘Zou u kop-aan-kont willen aanleggen?’ Ik krijg één groot non-verbaal vraagteken als reactie, en dat is niet omdat de schipper mijn vraag niet verstaan heeft. Hij vindt het maar een onzinverzoek, geeft geërgerd (veel) gas en verlaat de Ossehoek met onbekende bestemming. Ik voel me een roepende in de woestijn, vrijwel iedereen legt in alle havens de boten met de punt in dezelfde richting naast elkaar. ‘Je had het wel wat vriendelijker mogen vragen, hoor’, corrigeert Katy mijn verontwaardiging. Een volgende keer zal ik dat zeker doen.

Op het Grevelingenmeer liggen de extremen vlak bij elkaar: vlakbij de rust van Ossehoek ligt Marina Port Zélande, dat vloeiend overgaat in het bungalowpark van CenterParcs, met al zijn uitgebreide vakantiefaciliteiten. Wij parkeren er voor één overnachting. Het is leuk om even naar de surfplek te wandelen, waar het een enorm gekrioel is van beginnende en gevorderde windsurfers. Kitesurfen is op de Grevelingen verboden.

Helder water

Een archipel is een eilandengroep. Die omschrijving is iets te veel eer voor de drie plukjes land die we onder Hompelvoet aantreffen, maar toch heet het zo. Het is een L-vormig stukje plaat van nog geen 100 meter breed en minder dan 300 meter lang, vergezeld van twee streepjes land, die samen een kleine baai vormen. We hopen zeehondjes aan te treffen, want we hebben gehoord dat die hier wel eens liggen, aan de zanderige westkant van het eiland. Wij hebben geen geluk, ze blijven onzichtbaar.

Wat opvalt, is de helderheid van het water. We kunnen verder onder de waterlijn kijken dan op we op het IJsselmeer-, Noordzee- of Waddenwater gewend zijn. Niet voor niets zoeken veel sportduikers de Grevelingen op. Aan de zuidkust en langs de Brouwersdam zijn meerdere duiklocaties waar de liefhebbers het onderwaterleven kunnen bekijken, onder meer rond daartoe aangelegde wrakken. Het Grevelingenmeer heeft weliswaar geen open verbinding met de Noordzee, maar door de aanleg van de Brouwerssluis in 1978 komt er wel zout water binnen. Hierdoor is er een rijke onderwaterflora en -fauna.

Er zijn plannen om in de toekomst niet alleen nog meer zout water de Grevelingen in te laten, maar ook schepen. Een nieuwe sluis zou hierin kunnen voorzien. Tevens zijn er ideeën geopperd over het winnen van energie, door gebruik te maken van in- en uitstromend getijdenwater. Hier is nog niets definitiefs over besloten.

Meester van de haven

Nadat onze verkenning van het westelijk deel van de Grevelingen – waar je ook nog in meerdere jachthavens terecht kan – vangt onze terugweg op een snikhete dag aan met een laatste stop in Herkingen. Na de vaargeul hebben we de keuze voor de Marina (rechts) of de verenigingshaven (links). Zonder een specifieke keuze voor de één of de ander te hebben gemaakt, varen we langzaam de verenigingshaven binnen. We zien een hoofd drijven, waar bij nader inzien een heel lichaam aan vast zit. Het roept naar ons: ‘Zoekt u de havenmeester?’ Ons antwoord is bevestigend. Zijn reactie daarop: ‘Dat ben ik!’. Zo zijn we nog nooit welkom geheten. Hij wijst ons vanaf zijn verkoelende positie een plek aan.

De toegang tot het rustige dorpje is afsluitbaar met een enorm stel deuren. Deze kunnen de dijk dichten bij extreem hoog water. De watersnoodramp uit 1953 is in Zeeland nooit ver weg.

Volop keuze

‘Onze’ laatste twee eilandjes liggen midden tussen Herkingen in het noorden en de sluis in het zuiden van het meer. Hun naam is Mosselbank en je zou kunnen zeggen dat het één eilandje is met een doorvaart, zo dicht liggen ze tegen elkaar aan. Meer dan een aantal steigers met een beetje grond ernaast lijkt het niet te zijn. We nemen een kijkje, maar na de romantische plekken aan de eerdere baaitjes trekt dit ons minder. Misschien komt dat ook door de drukte – alle steigers liggen overvol. We kiezen er voor om een stukje door te varen en de sluis in te duiken.

Terugkijkend concluderen we dat één van de meest aantrekkelijk aspecten van het varen op het Grevelingenmeer de keuzevrijheid is: van rustiek tot luxe, van steiger tot vakantiepark. Er is van alles te doen, en voor wie dat wil, ook niets. En voor ons vormt dat altijd een ideale vakantiemix.

Kader

Recreatie-eilanden

Het Grevelingenmeer kent een dozijn eilandjes, van klein tot groot. Bij een deel hiervan mag worden aangelegd: Mosselbank, Stampersplaat, Dwars in den Weg, Ossehoek, Archipel en Hompelvoet. Op laatstgenoemd eiland mag dat alleen tussen half augustus en april.

Watersporters dragen bij aan de kosten van het onderhoud van deze voorzieningen door de aankoop van een zevendagenkaart (€ 12,-) of een seizoenkaart (€ 46,-) bij de lokale VVV’s en jachthavens.

Als u bij één van deze openbare aanlegplaatsen aanlegt, mag dat voor maximaal 3 dagen aaneengesloten. In de 5 daaropvolgende dagen moet u ergens anders liggen (dat mag wel weer één van de andere genoemde eilandjes zijn). Dat is om te voorkomen dat men hier een ‘vaste’ ligplaats van maakt. Deze regel voorziet in een prettige doorstroming.

Kader

Brouwersdam

Het watersnoodmuseum in Ouwerkerk aan de Oosterschelde geeft een goed beeld van wat er is gebeurd tijdens en na de dramatische overstromingen van februari 1953. De Deltawerken moesten herhaling voorkomen, en de 6 kilometer lange Brouwersdam is daar een onderdeel van. De dam kwam in 1971 gereed. Omdat de afsluiting de waterkwaliteit verslechterde, werd er 7 jaar later een doorlaatsluis in aangebracht. Door deze Brouwerssluis werd het meer een zoutwatermeer, met een gevarieerder onderwaterleven als gevolg. De sluis staat het grootste deel van het jaar open, maar is niet gemaakt om schepen te schutten.

Het Grevelingenschap en Rijkswaterstaat hebben een plan gemaakt voor de reconstructie van de Brouwersdam, waar wel plek is voor een sluis voor de scheepvaart. Ook is de idee om dan de in- en uitgaande getijdenbewegingen te gebruiken voor de opwekking van energie, waar volgens het Ministerie van Verkeer en Waterstaat ‘duurzame elektriciteit voor 50.000 huishoudens’ mee kan worden opgewekt. Voordat we hier van kunnen genieten moeten we even geduld hebben, want de geplande verkenning voor dit megaproject zal niet eerder dan eind 2011 af zijn.

Nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van nieuws, verhalen en andere ontdekkingsschrijverij. Je kunt je hier aanmelden voor mijn maandelijkse nieuwsbrief.