Irrationaliteit
December lijkt uitgevonden om de irrationaliteit van de menselijke soort pijnlijk aan te tonen. De maand begint met een hartslagverhoging, die in de eraan voorafgaande weken zorgvuldig is opgebouwd: het feest van Sinterklaas. Als om de maand niet te doen kantelen onder dit emotionele zwaartepunt, is december ook aan het einde voorzien van een spiritueel evenement: Kerstmis.
Sinterklaas en Kerst lijken mijlenver uit elkaar te staan: kapitalisme versus spiritualisme. Nep versus echt. Kind versus volwassene. Maar desondanks gaat het hier misschien eigenlijk om één en dezelfde persoon en zou bij nadere bestudering een conclusie kunnen zijn: Sinterklaas ís God.
Ga maar na: beiden zijn heilig, hebben een witte baard, en begeven zich meestal op onmenselijke hoogtes. Ze zijn allebei goedgevig, maar alleen wanneer er een toegewijd geloven tegenover staat. Zodra kinderen niet meer geloven dat Sinterklaas bestaat, stopt hij abrupt met het verschaffen van cadeaus – vaders en moeders nemen deze taak onmiddellijk over. God idem dito: niet-gelovigen krijgen niets van hem – Darwin neemt voor hen zijn taken waar. Die had trouwens ook een witte baard, maar dat terzijde.
Het is een geestelijke achtbaan waar de mens gedurende de loop van zijn leven in zit. Als kind is zijn geloof in Sinterklaas onomstotelijk. Volwassenen – die zouden toch beter moeten weten – doen er dan ook alles aan om dat geloof aan te wakkeren. Eenmaal groot geworden stappen zij soms over op die andere heilige, waarvan ze dan ineens zeker lijken te weten dat die wél door de schoorsteen past. En dit, terwijl het alter ego van de Sint zijn eigen bestaan nog nooit met één enkel tastbaar bewijs heeft aangetoond. Zijn kaarten zijn eigenlijk het zwakst, van de twee. Hoe minder zichtbaar, des te hoopvoller de volwassen illusie, lijkt het wel.
Wij weigeren het bestaan te aanvaarden van iemand die we met krachtige regelmaat zien verschijnen, toezingen en hardop bedanken. Maar we geloven daarentegen wél in iets wat we niet zien. ‘Ik denk, dus ik ben’ zei Descartes – ‘in de war’, zou ik er soms aan toe willen voegen.
Als wij ooit nog eens door toekomstige beschavingen opgegraven en onderzocht worden, zullen zij niets van onze overtuigingen begrijpen. En als ze het wel begrijpen, snappen ze het niet.
Er zijn dagen dat er in de nieuwsrubrieken vrijwel alleen aandacht lijkt te zijn voor geld. Rekensommetjes tonen de voors en tegens van zoiets vluchtigs als politieke keuzes, waarbij de illusie wordt gewekt dat de mens afgewogen en berekenbare beslissingen neemt. Zonder dat ik er naar op zoek was, liep ik op een dag langs een gebouw dat in vrijwel alle opzichten afrekent met de illusie van de Homo Economicus. ¹
Nadat ik mijn auto had geparkeerd op de enige plek die ik nabij het centrum van Utrecht kende waar je dat nog gratis mocht doen, liep ik, deels vanwege deze lucratieve daad, deels door het mooie weer, met een prima humeur de stad in. Het gebied tussen mijn auto en het centrum stond vol met glimmende gebouwen, blinkend in de zomerzon. Sommige van die gebouwen leken uit zuiver glas te bestaan, zoveel ramen waren er die contact probeerden te maken met de buitenwereld. ‘Geef me je geld’, leken die kristalpaleizen te zeggen; ze zagen er duur uit, en iemand moest ze toch bekostigen? Een exponent hiervan staarde me aan, dwars door het niemandsland van halflege parkeerplaatsen. Holland Casino, stond erop. Ondanks de als lokker bedoelde kleuren van het Casinologo boven de ingang leek het gebouw toch vooral in zichzelf gekeerd – er was niemand in zicht. Het gebouw deed het meest van alle gebouwen in de buurt zijn best om te schitteren in het zonlicht. Maar door de omringende leegte leek het niet in zijn opzet te slagen. Dat gold waarschijnlijk alleen voor het moment dat ik er liep, want anders zou het geen deel uitmaken van een bedrijf dat per jaar meer dan een half miljard euro met kleine harkjes over de roulettetafels naar zich toe schoof.
Ik bedacht in het voorbijlopen dat het surrealistische beeld van het blinkende bedrijf, midden in een verlaten aandoend deel van Utrecht, één grote illustratie was van de misvatting van de vermeende Homo Economicus, de zogenaamde calculerende mens. Zoals iedereen weet die ook maar een klein beetje logisch kan redeneren, is een casino een plek waar je geen cent wijzer wordt, als je die ene eventuele gelukstreffer niet meerekent. Hoe vaker je er komt, des te groter de zekerheid dat je er in zijn totaliteit met verlies vertrekt. Zou dat niet zo zijn, dan zou een casino een filantropische instelling zijn, en geen bedrijf met een winstoogmerk. Holland Casino zei het zelf, in zijn jaarverslag: ‘De speelautomaten van Holland Casino hebben een uitkeringspercentage van ongeveer 92%.’ Tekenend voor het zelfbedrog dat de mens over zichzelf afroept is niet alleen de intrinsieke betekenis van deze melding (‘je gaat verliezen’), maar ook en vooral de context: het was bedoeld als promotie, niet als waarschuwing. Een uitkeringspercentage van 92% wordt gezien als hoog. Dat je er gemiddeld dus 8% van je geld verliest, staat er niet met zoveel woorden, maar het komt er natuurlijk wel op neer. Alsof dit al niet onrustbarend genoeg was, wees een nieuwsbericht dat ik vlak voordat ik mijn auto had geparkeerd op de radio hoorde nog eens op de Homo Ludens² als overwinnaar van de Homo Sapiens³ en de Homo Economicus: een man die note bene zelf jaren geleden om een toegangsverbod had gevraagd, was nu, op zijn aandringen, toch weer toegelaten. Ongetwijfeld met alle ontwrichtende persoonlijke gevolgen van dien, want iemand die een toegangsverbod vraagt doet dat niet omdat hij bang is om tien euro te verliezen.
Toen ik het casino achter me liet, gonsde er nog een uitspraak uit het jaarverslag van het gebouw door mijn hoofd: ‘We geloven dat er maar één juiste manier is om het casinospel aan te bieden en dat is door ons maximaal in te spannen om gasten waar nodig tegen zichzelf in bescherming te nemen’. Het jaarverslag van Holland Casino leek te willen wijzen op nog een ondersoort van de Homo Economicus. Er stond namelijk: ‘Ondanks een positief operationeel resultaat werd afgelopen jaar een verlies geleden van 9,9 miljoen euro’. De uitspraken uit het opstel van de Casinobaas, en het vermeende bestaan van de Homo Economicus, leken me veelzeggend tegenstrijdig. Misschien moest de huidige benaming van de mensensoort wel als volgt luiden: Homo Economicus Creativus = iemand die zo goed kan rekenen en verhullend formuleren dat hij in staat is anderen in financiële verwarring achter te laten.
Homo Economicus = economische (calculerende) mens
Homo Ludens = spelende mens
Homo Sapiens = verstandige mens
(Lees meer over onze irrationele omgang met geld in mijn boek dat verschijnt in het voorjaar van 2016. Zie ook https://www.ontdekkingsschrijver.nl/boeken/.)