De dag die voor veel christenen de heiligste dag van het jaar is – de dag van de opstanding van Jezus – is een product van een compromis. Hoet zit dat? En wat heeft dat met Pasen te maken?

De zevende dag van de week was al sinds de Joodse telling de dag geweest waarop de opstanding van Jezus werd gevierd. Niet één keer per jaar dus, maar wekelijks. Dat werd gewoon voor en na het werken gedaan. Keizer Constantijn had in 321 het christendom tot staatsgodsdienst verheven, en verordonneerde dat iedere burger zijn godsdienstige plicht moest kunnen doen. Daarmee werd de zondag een dag voor viering; de opmaat voor de latere rustdag. In het verlengde van de oorspronkelijke rol van de zondag wilden veel christenen dat het jaarlijkse paasfeest altijd op een zondag zou vallen. Dat bracht de zogenaamde ‘veertieners’ van hun stuk: de stroming die wilde dat Pasen altijd op ’14 Nissan’ zou vallen, dat wil zeggen veertien dagen na nieuwe maan, oftewel op volle maan. Dat was namelijk de datum van het laatste avondmaal. Dat kon elke dag van de week zijn. In dat geval zou je uit moeten gaan van observeren (wanneer is de eerste nieuwe maan van de lente te zien?), in het eerste geval zou je vooruit kunnen rekenen. Op het Concilie van Nicea (325) werd een compromis bereikt: Pasen valt elk jaar op de eerste zondag na de 1e volle maan van de lente.*

*’Laatste avondmaal was op woensdag’, meldde de Volkskrant op 19 april 2011. Witte Donderdag, de dag waarop Jezus met zijn discipelen zijn laatste avondmaal at, viel volgens professor Colin Humphreys van de Universiteit van Cambridge op woensdag, en niet op donderdag. Volgens hem ‘zijn de dagen verwisseld omdat Jezus net als de evangelisten Mattheüs, Marcus en Lucas waarschijnlijk een andere kalender gebruikte dan Johannes. De woensdag werd door Bijbelgeleerden altijd “de verdwenen dag” genoemd.’ Is er dan niets meer heilig?

In werkelijkheid is de berekening van de paasdatum nog gecompliceerder. Er moet namelijk met allerlei beperkingen rekening gehouden worden. In het informatieve boek ‘Tellen van tijd’ van Jean Lefort zijn er 37 pagina’s gewijd aan de datum van Pasen, met daarin een bijlage, 17 tabellen, 3 grafieken en meer dan 60 formules (ik heb bij het tellen alleen gelet op het type formules dat hoofdpijn opwekt als je er naar kijkt, dus in feite zijn het er nog meer). Ik beperk me hier tot het weergeven van een betekenisvolle opmerking van auteur Jean Lefort over de berekening van de Paasdatum: ‘Kennis is macht en een eenvoudige manier voor de Kerk om de lagere geestelijkheid en de leken te behouden was het invoeren van een gecompliceerde hervorming [van de paasdatumberekening].’

Nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van nieuws, verhalen en andere ontdekkingsschrijverij. Je kunt je hier aanmelden voor mijn maandelijkse nieuwsbrief.